Wonder en is gheen wonder



Leven: In 1548 of 49 werd Stevin buitenechtelijk geboren in Brugge als zoon van Anthuenis Stevin en Catalyne van der Poort. Tussen 1571 en 1577 zou hij rondgezworven hebben in Europa. Zijn ontwerpen van waterbouwkundige werken zijn gevonden in Gdansk, Braunsberg en Elbing. In 1577 werd hij aangesteld als klerk op het belastingkantoor in het Vrije van Brugge: hij werd mondigh genoemd. Na Antwerpen en later Gent dook hij in 1581 op in Leiden.
De reden voor de verhuizing is onduidelijk. Sommigen veronderstellen religie (was RK, later NH). Ook worden wel genoemd: geen vrijstelling voor bieraccijns of geen vergunning een azijnfabriek op te richten, maar dat lijkt niet waarschijnlijk. In 1583 schreef hij zich in als student, net als prins Maurits, hij is dan 35 en heeft dan al boeken op zijn naam staan. In 1590 publiceerde hij een calvinistische visie op de maatschappij: Het burgherlyck leven, vol normen en waarden; wellicht om in de gunst van prins Maurits te komen. Dat lukte pas later toen hij praktische en militaire werken had geschreven waar de prins meer aan had. Hij ondertrouwde op zijn 68ste met de veel jongere Catharina Caerls; hij had toen al drie van de vier kinderen (hun tweede zoon Hendrik wordt zijn biograaf) en stierf in 1620 in ´s Gravenhage.
In 1845 zou in Brugge een standbeeld van hem worden opgericht. Dat stuitte op felle tegenstand: voor een afvallige?! In 1847 kreeg hij toch een bronzen beeld, want in 1846 werd beweerd dat hij altijd katholiek was gebleven. In 1619 waren namelijk 84 missen besteld door ene Simon Stevin. Later blijkt dat een andere Stevin, namelijk een moordenaar met wroeging.

Techniek: In 1589 ontwierp Stevin een groot sleep/baggerwerktuig. In 1600 stelde hij het leerplan op voor de ingenieurschool in Leiden: praktische wiskunde voor landmeters en militair ingenieurs. Hij gaf les in wiskunde, natuurkunde en krijgskunde. Hij berekende in 1586 het rendement van de Hollandse wipmolen met verticale as, nuttig als gemaal in de Nederlanden. Rond Delft verbeterde hij het afwateringssysteem m.b.v molens. Pas in 1884 werd die verhandeling overigens uitgegeven. Bekend is de zeilwagen die met 28 man, waaronder Hugo de Groot en prins Frederik Hendrik, in 2 uur tijd met 40 km/uur van Scheveningen naar Petten reed. Zelf was hij hier niet erg trots op, maar ironisch genoeg is die wagen ongeveer het enige dat de meeste mensen nog van hem weten.

Eenmaal, tot kortswijl en om den Heeren een pots te doen, stierde sijn Excellentie de Wagen in Zee, waerover vele sich dapper ontzetteden; maer subijt het roer gewent zijnde, quam de Wagen weer op strandt en vlood sijn oude koers.

Stévin of Stevín?
Indien die vreughd verslijt, denckt weer op vreemder vonden
Die ´t volck, of om haer niew, of om haer´ waerde monden,
Brenght Wagens onder zeil: daer leeft ´er noch wel een,
Betakelt van Stevin en van sijn Vorst bere´en:
Ick gev´ u niet alleen mijn´ Hagenaers te wachten;
Heel Delft, heel Rotterdam sal Ross en Rad bevrachten,
Om ´toud-niew wonderwerck te soecken op het strand
Daer ´t een Suyd-weste storm doe vliegen over ´tsand.

Uit Zeestraat van Constantijn Huygens. In 1666 was de nieuwe bestrating tussen ´s Gravenhage en Scheveningen gereedgekomen ... De uitspraak is dus: Stevín.



Handel: In 1581 gebruikte Stevin zijn dubbelboekhoudsysteem. Zijn eerste werk: Tafelen van Interest verscheen in 1582 en De thiende in 1585, met daarin het pleidooi voor de decimale notatie en het decimaal stelsel voor munten, maten en gewichten. Dit boekje werd vertaald in 1585 in het Frans, in 1602 in het Deens en in 1608 in het Engels.
Via Sicilië en Spanje was eerder het tientallige stelsel voor cijfers ingevoerd. In Florence werd dat nog in 1300 bij wet verboden; een 0 kon immers gemakkelijk in een 6 of een 9 worden veranderd. De bruikbaarheid werd fors vergroot door de invoering van tientallige breuken. In het oosten waren die al lang bekend - zo gebruikte Al-Kashi in de vijftiende eeuw verschillende kleuren om de cijfers ´voor en na de komma´ te scheiden - maar het is duidelijk dat Stevins boekje de invoering in Europa heeft versneld.
Doelgroep: Sterrekykers, Landtmeters, Tapijtmeters, Wijnmeters, Lichaemmeters int ghemeene, Muntmeesters, ende alle Cooplieden. Vandaar dat hij in het Nederlands schreef en niet in het Latijn. De Havenvindingh schreef hij in 1599.

Navigatie: Hij pleitte voor loxodromisch navigeren op zee: kies voor een constante hoek ten opzichte van de lengtecirkels in plaats van de kortste weg via een grootcirkel; dat laatste vereist voortdurend bijsturen.

Wiskunde: In 1583 kwam zijn tweede boek in Antwerpen uit: Problemata Geometrica. Daarna drie boeken bij Plantijn in 1584: Dialectike ofte Bewijsconst, De Thiende en l´Arithmatique. De breuknotatie met komma werd alleen in de goniometrie toegepast. Stevin merkte op dat de komma altijd gebruikt kan worden om de waarde van elk getal aan te geven. Dat leverde een aanzienlijke vereenvoudiging op.

Natuurkunde: De kracht van Stevin ligt in zijn didactisch verantwoorde behandeling, met als meest bekende voorbeeld het evenwicht op een hellend vlak met behulp van de clootkrans: ende de clooten sullen uyt haer seluen een eeuwich roersel maken, t´welck valsch is.



Lagrange noemde het bewijs met het kogelsnoer ´une démonstration très ingénieuse´. Feynman in zijn Lectures on Physics: ´Cleverness, however, is relative. It can be deduced in a way which is even more brilliant, discovered by Stevinus and inscribed on his tombstone - if you get an epitaph like that on your gravestone, you are doing fine´.
(Het graf van Stevin is overigens nooit gevonden.)

In 1586 verschenen De Beghinselen der Weeghconst, met o.a. vectoren en het parallellogram, De Weeghdaet en De Beghinselen des Waterwichts: met de opwaartse kracht en de hydrostatische paradox en dat allemaal in goed Nederlands. Simon Stevin ontleedde in De Beghinselen der Weeghconst talrijke situaties waarbij gewichten op hellende vlakken optreden.

Hij analyseerde het evenwicht van drie krachten, bepaalde zwaartepunten van vlakken ´vande Platten´ en van ruimtelijke figuren ´Nu vande vinding der swaerheits middelpunten vande lichamen´.

´Dynamica´ In Nederland was Stevin de eerste uitgesproken aanhanger en vurig verdediger van Copernicus, hij deed de valproef vóór Galilei, bestudeerde magnetisme vóór Gilbert: overal ter wereld moesten gaslaghers hun kompasnaalden bekijken en hun bevindingen opsturen naar de Republiek; zijn instructies moesten dus niet in het Latijn. Stevin zag in dat de aardas in zijn baan om de zon een cilinder beschrijft en geen kegel, in zijn eigen woorden: in zeilstenige stilstand blijft.
In De Weeghdaet verzette Stevin zich tegen de afleiding van de hefboomwet waarbij beweging verondersteld wordt, terwijl die beweging juist niet mag voorkomen. Liever virtuele verplaatsing. In het aanhangsel beschreef hij de valproef met de vader van Grotius (Hugo de Groot) in Delft. Laet nemen twee loyen clooten d´een thiemael grooter en swaerder als d´ander, die laet t´samen vallen van 30 voeten hooch ... ende sal blijcken ... dat haer beyde gheluyden ene selve clop schijnt te wesen.

Taal: De motieven van Simon Stevin ten gunste van het gebruik van het ´Duytsch´ werden onder meer uiteengezet in de inleiding tot De Weeghconst onder de kop: Uytspraeck van de weerdicheyt der Duytsche tael. Nederlands was volgens hem zelfs het meest geschikt als voertaal van de wetenschap(!) (door de vormingswijze van woorden en samenstellingen). Stevin heeft de wetenschap toegankelijk gemaakt en het (Neder)duytsch verrijkt, vooral met technische termen, o.a. met de woorden: wiskunde, driehoek, zwaartelijn en loodlijn. Hij ging daarbij zorgvuldig te werk: luchtledig (zonder lucht) tegenover ijdel (helemaal niets). Hierbij werd hij gesteund door de rederijkerskamer: In Liefde Bloeyende. Ook woorden als hoofdstuk, geweten, in het oneindige, rechtsgeleerde, neutraal, beginsel, opschrift, hebben we aan zijn invloed op de Nederlandse taal te danken.
Wiskunde stamt van wisconst, een woord dat wellicht door Simon Stevin werd ´gesmeed´. Woorden waarvan aangenomen wordt dat Stevin ze aan het Nederlands toevoegde, zijn bijvoorbeeld: evenredigheid, stelkunde, kegelsnede, raaklijn, gegeven, rechthouckich, evewijdich, lanckworpigh, evenaar, middellini, vlack, sichteinder, middelpunt. Woorden die Simon Stevin waarschijnlijk heeft geput uit de omgangstaal: menichvuldighen, noemer, rekenen, somme, telder, tellen, mael, viercant, wortel, worteltrecken, aftrekken, cijfer, deelder, deler, delinghe, ghebroken, getal, helft, ghebreeckende (het getal nul).

'Ommedat al de werelt gheen latijn en can'


Militair: Stevin was trots op zijn functie van militair ingenieur. Hij kwam in 1593 bij Maurits als ingenieur in persoonlijke dienst, in 1594 schreef hij Stercktebouwing. Zo ontwierp hij bijvoorbeeld sluizen om land onder water te zetten o.a. voor Oostende dat daardoor een beleg door de Spanjaarden drie jaar lang kon volhouden. In 1604 werd hij kwartiermeester in het Staatse leger. Omdat hij privédocent en raadgever van prins Maurits was, komen in de Wisconstighe Ghedachtenissen (in 1605-1608 uitgegeven) ook bijdragen van de prins voor. Het is een weerslag van zijn lessen en behandelt astronomie, wiskunde en boekhouding. Dit boek werd in 1608 vertaald in het Latijn door Snellius onder de titel: Hypomnematica mathematica. In 1634 volgde een Franse vertaling: Oeuvres Mathématiques. In 1617 verscheen: Castrametatio, bouw en inrichting van een legerkamp.

Tijdgenoten: Bruno, Galilei, Kepler, Napier, Snellius, Leeghwater, Hooft (noemde Stevin en de zijnen vernuftelingen), Constantijn Huygens, Bredero, Shakespeare, Cervantes, El Greco, Richelieu, Van Oldenbarnevelt, Willem Barentsz., Calvijn, ...


Stevins motto´s:
De theorie is er omwille van de praktijk: de spiegheling omwille van de daet.
De praktijk naer welck de Spiegheling altijt opsicht behoort te nemen.
Elders is Stevin wat vriendelijker voor theoretici:
Eens Spieghelaers Spieghelingen, die ander Doenders te sta commen, en sijn niet onnut al en is hij self gheen Doender.


Bronnen:
Beek: Pioniers der natuurwetenschappen
Berkel, van: In het voetspoor van Stevin
Cohen: The birth of a new physics
Devreese: Spiegheling en Daet
Dijksterhuis: De mechanisering van het wereldbeeld
Dijksterhuis en Forbes: Overwinning door gehoorzaamheid
Forbes: Mensenwerk
Hooykaas: Geschiedenis der natuurwetenschappen
Welie, van: NVOX 1995, no10
Ziggelaar: Bronnen der natuurkunde